Voor de tweede keer sinds onze tijd in Thailand doorkruisden we het land weer. Dit keer gingen we van het zuiden naar het noorden. Chiang Mai stond op de agenda. Chiang Mai is een hele leuke stad met een leuke nachtmarkt. Na wat informatie gezocht te hebben besloten we toch om meteen de volgende dag naar Chiang Rai te gaan omdat er hier meer te hiken viel.
Chiang Rai is ook echt een heel leuk stadje. Het is wat kleinschaliger maar de mensen zijn fantastisch en we hebben hier ook leuke westerlingen ontmoet.
Omdat je hier zo dicht bij de grens van Burma en Laos zit, hebben we een scootertje gehuurd en de Golden Triangle bezocht. Dit is het punt waar je Thailand, Burma en Laos kan zien. Leuk! Eerst hebben we de grens bji Burma overgestoken. Leuk, weer een stempel van een ander land in mijn paspoort! Hier hebben we even over de markt gelopen en toen snel op naar het echte golden triangle vieuwpoint. Laos zijn we niet meer ingeweest…we wilden niet riskeren om met ons brommobieltje de wegen in het donker onveilig te maken!
We hadden zo veel leuke verhalen gehoord over de natuur en hiketochten in het noorden van Thailand, dat we meteen onze wandelschoenen weer uit de tassen gehaald hebben en een twee daagse wandeltocht door de bush bush van Chiang Rai (omgeving) gedaan hebben. Onze gids (Kit), was erg grappig, wist veel en nam ons mee off road waardoor we twee dagen lang steile hellingen op en af geklommen (gegleden) hebben, overnacht hebben in een klein dorpje in the middle of nowhere (waar ze, in tegenstelling tot toen in China, wel aan toeristen gewend waren), de wilde en ruige bossen doorkruist hebben en uiteindelijk eindigden met benen die aardig wat weg hebben van een slagveld (leuk die takjes met kleine haakjes!)….
Omdat de tijd sneller tikt dan we dachten, moesten we snel doorkrossen naar het oosten. Hier hebben we twee natuurparken bezocht. In het eerste park hebben we overnacht. Dat wil zeggen: tentje, matje van 1 cm dik en dan tussen al dat wild…Hier hebben we toch weer wat meegemaakt:……………..
Men neme: 2 vrouwen, een natuurpark met tijgers, olifanten en weet ik het wat voor wilde dieren nog meer, het tijdstip van 20.00 ‘s avonds en een pikke, pikke donkere nacht, een bewaker die een echte Aziaat is (Nee, hoezo?). Het resultaat? Lees verder!
We arriveerden dus bij het natuurpark Nam Nao. Het was pikkedonker maar de bewaker vertelde ons dat we er konden slapen. Het enige wat we moesten doen was 2 km door het PIKKE donker lopen. Of hij een zaklampje had? Nee, hoezo? En of hij even mee wilde lopen? Nee, hoezo?
Onze bus was al weg en daarmee was de enige optie…jup, kaken op elkaar en keihard doorlopen!
Zo kwam het dus dat Suus en elkaars hand fijn knijpend met een zaklampje waar wel een lichtbundel van 5 cm uitkomt 20 minuten door het donker liepen….Alles ging goed totdat we dus echt een wild beest hoorden (een soort schrille kreet die niet ophield!). We scheten echt 100 kleuren strond (weet nu dat dat kan) maar na een paar keer flink slikken zijn we SNEL doorgelopen…en zijn we heelhuids aangekomen! Later bleek dat dit een olifant geweest was…nou, die wil je niet tegenkomen in zo’n pikkedonker park hoor!
Na een mooie wandeling de volgende dag (zonder wilde beesten), zijn we snel naar het volgende natuurpark, Khao Yai, gegaan. Hier hebben we een tour gedaan: birdwatching (leuk, maar pap en Theo, het is toch echt niks voor mij…dan loop je door zo’n bos net zo lang tot de tourguide enthousiast op en neer springt, je door de verrekijker kijkt en…zo’n lief klein geel vogeltje ziet. Grappig maar geef mij maar de grotere exemplaren! We hebben verder aapjes, hornbills (soort grote toekans), soort hert, slang (wel allemaal door een verrekijker) en…JAJA WILDE OLIFANTEN gezien!
Nu zitten we in Kanchanaburi…de 18e vliegen we naar Shanghai, China. De 22e richting Beijing en dan de 26 komt Pascallie weer naar het koude (valt wel mee hoorde ik!), natte kikkerlandje om al die lieve mensjes weer te zien!!!